Zoals u wellicht weet zijn een aantal initiatiefnemers van plan een Biovergister te bouwen achter het Koelhuis van Dijk aan de N229 met een capaciteit van 90.000 ton / jaar. 

 

Samenvatting

  • Vergunning verleend voor bouwen van biovergister met capaciteit van 90.000 ton nabij dorpskern Cothen

  • Zorgen over overlast, duurzaamheid, milieuschade, intensieve veeteelt

  • Landelijk groeiende twijfel over nut en toegevoegde waarde biovergisters

  • Verzoek aan u om intrekkingsverzoek vergunningen mede te ondertekenen.

 

Achtergrond/uitleg

 

In 2009 begon een lokaal initiatief van enkele agrariërs uit de Kromme Rijnstreek om in een biovergister mest te verwerken en energie op te wekken. Dat leek een oplossing voor het mestoverschot, voor het nuttig gebruik van allerlei restproducten, voor een vermindering van de CO2 en ammoniak uitstoot en het zou ook nog eens ‘groen gas’ opleveren. Op 27 januari 2015 gaat de gemeenteraad van Wijk bij Duurstede akkoord met een wijziging in het bestemmingsplan, waarmee achter het Koelhuis van Dijk aan de N229 een biovergistingsinstallatie kan worden gebouwd met een capaciteit van 36.000 ton / jaar. Een locatie op nog geen 400 meter afstand van de dorpskern van Cothen. 

Op 17 januari 2017 wordt door de gemeenteraad een verklaring van geen bezwaar gegeven voor het fors opschalen van die installatie tot een capaciteit van 90.000 ton mest / jaar om het project economisch rendabel te maken. De provincie geeft op 25 januari 2017 de natuurvergunning af en op 30 maart 2017 de omgevingsvergunning. Het Waterschap HDSR geeft op 30 maart 2017 de watervergunning af. 

 

Een zeer belangrijke wijziging in de plannen doet zich daarna in 2018 voor, er zal nu niet alleen mest maar ook coproduct vergist worden. De gemeenteraad staat buitenspel, maar de provincie geeft op 28 augustus 2018 een omgevingsvergunning af, actualisatie van de natuurvergunning wordt niet nodig geacht. HDSR wordt helemaal niet geïnformeerd. Een covergister is een veel riskantere installatie, er mag immers een grote verscheidenheid aan producten worden verwerkt en daarbij gaan nogal eens zaken mis. Er zijn calamiteiten, het Openbaar Ministerie waarschuwt voor frauduleuze praktijken, er verschijnen rapporten, er worden tv-uitzendingen aan het onderwerp gewijd en verschillende bio centrales worden stilgelegd.

 

Vervolgens is het vanaf 2018 stil rondom te plannen.

 

Op basis van de feiten en ervaringen met co-vergisters is er nu een geheel ander beeld ontstaan dan enkele jaren geleden bestond. Het blijkt dat in heel veel gevallen de verwachte aannames t.a.v. de bijdrage aan de duurzaamheidsambitie, de bijdrage aan het milieu en de te verwachte overlast voor omwonenden gebaseerd waren op een papieren werkelijkheid. Ook in het geval van het bedrijf Groene Energie Kromme Rijn en Heuvelrug BV, de werkmaatschappij, blijkt dat alle aannames zijn opgesteld door een adviesbureau die het bedrijf helpt met het realiseren van dit project. Voor zover wij weten heeft er geen onafhankelijke toetsing plaatsgevonden. Dit baart ons grote zorgen over de mogelijke gevolgen voor de directe omgeving.

 

Het initiatief begon als een sympathiek plan om lokaal een circulaire oplossing te bieden aan het mestprobleem en daarnaast een bijdrage te leveren aan de duurzaamheidsambitie. Maar met het verstrijken van de jaren en het veranderen van de capaciteit (van 36.000 ton naar 90.000 ton) en de menusamenstelling (van mono vergisting naar co-vergisting) is het plan omgevormd tot een mestfabriek waar mest van 3000 koeien vergist gaat worden met co-producten. Nu al geeft de initiatiefnemer, het bedrijf Groene Energie Kromme Rijn en Heuvelrug BV, in een brief van 9 april jl. aan de gemeenteraad aan dat in de toekomst opnieuw meerdere wijzigingen t.a.v. vergunningen nodig zijn om de vergister optimaal te kunnen laten draaien. Verdere vergroting van de capaciteit is dus niet uitgesloten. Dit terwijl een van de initiatiefnemers zijn koeien weggedaan heeft en de roep zowel landelijk als in de regio groeit om over te gaan op minder intensieve veeteelt en 'anders boeren'.

 

Door het bijmengen van co-producten komt er meer restproduct uit de biovergister dan er aan mest ingaat. CO2 zou worden afgevangen (12 ton per jaar), afgevoerd en hergebruikt (bijv. in kassen) maar de vraag is of dat reëel is. Volgens wetenschappelijke onderzoek verdwijnt nog steeds 75% in de lucht. Hiermee wordt het probleem dus niet opgelost maar verplaatst.

 

Het product dat uit de biovergister komt heet digestaat. Het is alleen niet de vervanger van kunstmest, zoals de initiatiefnemers suggereren. Daarvoor moet digestaat eerst nog behandeld      worden in Rotterdam, door het enige bedrijf in het land dat dit proces beheerst. Waarom de boeren niet gewoon hun mest uitrijden op hun eigen land is ons een raadsel.

 

De (duurzame) energiebalans is matig, er moet veel energie in de biovergister gestopt om er net iets meer energie uit te krijgen. Het duurzaamheidsetiket is verbleekt, want geuroverlast, fijnstof, vervoersbewegingen met grote vrachtwagens en het affakkelen van restgassen wordt de dagelijkse praktijk. En energiebesparende maatregelen worden niet genomen. 

 

Er is landelijk groeiende twijfel omtrent co-vergisters, de oorspronkelijk pleitbezorger prof. dr. Cees Veerman, CDA minister LNV van juli 2002 tot februari 2007, spreekt publiekelijk zijn zorgen uit. Om de mest te verwerken is een grote hoeveelheid coproduct nodig die in de vergister moet worden toegevoegd om die vergisting enigszins rendabel te laten zijn. De vraag naar deze coproducten is groot, de prijzen stijgen en daarmee de kans op fraude. Steeds vaker worden stoffen aangetroffen in de restproducten (vee-medicatie, zware metalen, pathogenen) die daar niet in thuishoren en een gevaar opleveren voor de volksgezondheid. Zorgelijk omdat het bewerkte vervuilde digestaat wordt uitgereden op agrarische grond en zo in de voedselketen terecht kan komen. Tussenhandelaren en exploitanten gebruiken goedkope coproducten die illegaal zijn, of krijgen voor het verwerken daarvan betaald. Volgens het Openbaar Ministerie heeft controle bij twee-derde van de covergisters kleine tot grote milieudelicten aan het licht gebracht.

 

De huidige stand van zaken

De alarmbellen gaan af. Berichten van calamiteiten bij en sluitingen van covergisters in verband met milieudelicten, subsidiefraude en andere overtredingen zijn eenvoudig te vinden op internet. De meest recente vermeldenswaardige berichten zijn:

 

De biovergister in Cothen is na meer dan 12 jaar nog steeds niet gebouwd, sterker, na enig grondwerk begin 2020 staat de hele zaak al meer dan een jaar volkomen stil. Blijkbaar zijn er problemen om dit initiatief financieel sluitend te krijgen. Dit geeft zorgen voor de toekomst. Het oorspronkelijke kleine, lokale en wellicht sympathieke plan heeft zijn glans verloren. 

 

De roep om een minder intensieve veeteelt wordt daarnaast steeds luider, in Europa is het roer al om (Farm to Fork en Green Deal) en zelfs in Nederland worden opkoopregelingen ingericht om de veestapel in te krimpen. Topambtenaren spreken in een beleidsanalyse voor de regering over een krimp van minstens 17% tot 30%, gedwongen uitkoop, een krimp-     verplichting en het invoeren van een ammoniakbelasting. Allemaal zaken die de initiatiefnemers van deze installatie niet gaan helpen om de businesscase alsnog rond te maken en te houden, met alle gevolgen van dien, zoals mogelijke verkoop aan een externe partij als uiterste uitweg.

 

De tijden zijn veranderd, de inzichten ook en dus is een heroverweging op zijn plaats.  Het is nog niet te laat om nog eens kritisch te kijken of we wel door willen en kunnen met de bouw van deze biovergister. Overheden kunnen de verleende vergunningen intrekken als ze dat willen. Hiervoor is wel enige moed nodig, maar de juridische weg is begaanbaar. Hierbij zijn de gemeente en provincie aan zet.

Het is aan ons als inwoners en maatschappelijke organisaties om deze overheden hiertoe op te roepen. De gemeenteraad is inmiddels begonnen met het ophalen van alle relevante informatie over de biovergister om de vraag te beantwoorden of het met de kennis van vandaag nog wenselijk is om deze biovergister binnen de gemeentegrenzen te laten bouwen. 

 

De landelijke politiek worstelt duidelijk met de wenselijkheid van vergisters. Met het op de agenda zetten van dit project geeft ook onze gemeenteraad aan zorgen te hebben en vele vragen. 

Alles inachtnemende  is Stichting behoud het weteringgebied samen met een aantal belangenorganisaties en omliggende landgoederen tot de conclusie gekomen dat het niet meer wenselijk is dat deze biovergister daadwerkelijk gaat worden gebouwd. Met hulp van een advocaat is er gewerkt aan een intrekkingsverzoek van de vergunningen dat in de week van 26 april wordt verstuurd aan de voor dit dossier verantwoordelijke gedeputeerde van de provincie.

 

Wat vragen we aan u?

Om het intrekkingsverzoek kracht bij te zetten vragen wij u om uw steun, door de bijgevoegde machtiging te tekenen en aan ons te mailen. 

U vindt dit intrekkingsverzoek en een machtigingsformulier hieronder.

 

Graag staan we u te woord als u nog vragen heeft en/of meer informatie wenst.

 

Met hartelijke groet,

 

Namens de Stichting Behoud het Weteringgebied

 

Maarten van der Hoeven

Manja te Velde

Frits van der Leije

Jan Peter van Suchtelen

Bastiaan Vaandrager

Henriëtte Hora Siccama

Martijn Ankersmit

Nathalie van Spaendonck

 

P.S. Voor meer informatie verwijzen wij naar het rapport van de VNMW: ‘De biovergister in Cothen’, te downloaden van de pagina van de werkgroep op de website van de VNMW: Werkgroep Groenberaad | IVN